Aandacht is het meest kostbare dat je een narcist kunt geven. Afgezien van geld, in het geval van Joost. Narcisten lijken altijd maar op zoek naar één ding en dat is aandacht. Goedschiks of kwaadschiks. Voor narcisten is aandacht ongeveer hetzelfde als voedsel. Alle aandacht moet naar hen, elk taartpuntje, elk kruimeltje. Krijgt iemand anders aandacht? Dan moet dat zo snel mogelijk worden voorkomen!

Jaloezie
Een narcist is jaloers op elk stukje aandacht dat naar iemand anders gaat dan naar hem of haar. Ook als het aandacht is waarop je bepaald niet jaloers hoeft te zijn. Bijvoorbeeld de aandacht voor iemand die ziek is. Zelfs dan zal een narcist proberen de aandacht weer naar zichzelf te verleggen. Als het moet door te doen of hij of zij ook ziek is. In mijn boek is het verhaal Ziek en moe daarvan een goed voorbeeld.
Waarom is aandacht zo kostbaar voor een narcist?
Naar mijn idee hebben narcisten geen zelfgevoel. Ze bestaan alleen als anderen hun bestaan bevestigen. Krijgen ze even geen aandacht, dan hebben ze het gevoel dat ze er niet echt zijn, niet toe doen. Ze kunnen dus niet zonder.
Joost kon aandacht op de gekste manieren proberen af te dwingen. Zo schreef hij graag en veel en stuurde dat dan naar mensen. Of deed het bij mensen in de brievenbus met de mededeling het later te komen ophalen. Toen hij een boek had geschreven deed hij dat ook. Heel veel mensen kregen dus dat boek en een weekje later ging hij dan langs om te ‘innen’. Dat innen bestond uit aandacht en uit verkoop. Mensen die het dan nog niet hadden gelezen of niet wilden kopen, waren stom. Het betekende het eind van vriendschappen en andere contacten die Joost had.
Gek verhaaltje
In mijn boek Verstrikt staan 145 verhalen. Ik had er gemakkelijk 1000 kunnen schrijven, zoveel geks is er in die 20 jaar wel gebeurd. Hierna een verhaaltje over ‘aandacht’.
Als Ben terug is uit het ziekenhuis na zijn hoofdtrombose, staat daags daarna de huisarts, onverwacht, op de stoep. Joost doet open. De huisarts vraagt met een ernstig en bezorgd gezicht hoe het gaat. Ik kom inmiddels ook aanlopen en begroet de huisarts. Joost antwoordt: ‘Goed dat u het vraagt dokter. Ik voel me niet geweldig. Ik denk dat mijn hoge bloeddruk weer opspeelt. En ook mijn maag is niet in orde. Zou dat van de spanningen komen? Carla is erg onrustig waardoor ik slecht slaap ook.’
De huisarts kijkt mij verwonderd aan, loopt naar de trap en zegt geïrriteerd: ‘Daar kom ik niet voor. De patiënt is boven?’
Ik weet nog dat ik me destijds erg schaamde voor het gedrag van Joost. En dat hij het maar een slechte dokter vond, daarna.