Narcisten gaan graag in de aanval. Direct en indirect. In mijn boek kan je daarvan veel voorbeelden vinden want Joost was een kei in aanvallen. Zijn indirecte aanvallen waren heel slim en moeilijk te weerleggen. Toen ik, en met mij ook de kinderen, die indirecte aanvallen eenmaal goed doorhadden, werden ze een bron van plezier. Wel met een zwart randje.
Directe narcistische aanvallen
Joost vond altijd van alles van mij. Die -negatieve- mening ventileerde hij graag, veel en openlijk. Ook waar derden bij waren. Eén van zijn stokpaardjes was mijn opvoeding. Ik vond het best gek dat hij het altijd over mijn opvoeding had. Alsof ik nog een kind was. Waarschijnlijk bedoelde hij mijn gedrag maar door het opvoeding te noemen leek het alsof ik er niets aan kon doen. En dat was dan wel weer heel aardig van hem, eigenlijk. Ik gedroeg me in zijn ogen heel slecht, maar dat kon je me niet echt kwalijk nemen, want dat was het gevolg van mijn slechte opvoeding. Heel lief van hem, een oogje dicht te knijpen.
Zijn verwijten betroffen:
- Niet weten hoe je te gedragen in de publieke ruimte (niet netjes eten en dergelijke)
- Een slechte smaak hebben (goedkope troep kopen)
- Niet goed kijken, luisteren
- Slechte keuzes maken (kleding, maaltijden, kleuren)
- Te luidruchtig zijn
- Raar lopen, raar liggen, rare geluiden maken, rare dingen zeggen
- Spilziek
- Onoplettend
Een hele lijst maar zeker nog niet compleet. Er mankeerde nog veel meer aan mij, vaak ook net hoe het uitkwam. Joost ventileerde de dingen uit het lijstje te pas en te onpas. In het begin reageerde ik er verbaasd, soms wat lacherig op. Het leidde vaak tot discussies waarbij ik mezelf verdedigde. Naarmate de jaren vorderden had ik daar steeds minder zin in, en werd het een ‘nieuw normaal’ te worden gedegradeerd tot een stom, slecht mens.
De slimme indirecte aanval van Joost
Iemand constant aanvallen en verwijten maken kan je natuurlijk niet 24/7 doen en het wordt ook minder lonend naarmate de beledigde partij, ik dus, er minder op in ging.
Daarom had Joost na een tijd de gewoonte regelmatig zijn aanval te beginnen met de zin ‘Ik ben écht heel anders dan jij’, gevolgd door zijn anders zijn. Hij vertelde dan iets goeds over zichzelf en mijn anderszijn impliceerde dus dat ik slecht was.
Een dialoog als voorbeeld:
Joost zucht: “Car, ik ben zó anders dan jij in veel dingen!”
“Hoezo Joost?”
“Ik kijk goed om me heen als ik ergens met de auto rijd.”
“O. En ik let niet goed op?”
“Dat zeg ik niet Car.”
“Dat zeg je wel Joost. Dat impliceert jouw ik ben zo anders dan jij.”
“Wat doe je toch altijd moeilijk Carla. Ik heb het gewoon over mezelf. Niet over jou.”
Dit soort gesprekken, over hoe goed Joost kijkt, oplet, met mensen praat, en nog honderd dingen kan, zijn er bij bosjes geweest. En dat hij daarin zo anders is dan ik.
Dialoog na 10 jaar huwelijk:
Joost zucht: “Car, ik ben zó anders dan jij in veel dingen!”
“Hoezo Joost?”
“Ik kijk goed om me heen als ik ergens met de auto rijd.”
“Klopt Joost. Ik rijd altijd met mijn ogen dicht.”