Het Stockholmsyndroom en codependency zijn twee psychologische fenomenen die vaak in verband worden gebracht met schadelijke relaties, zoals die met narcisten en andere manipulerende partners. Hoewel ze op het eerste gezicht vergelijkbaar lijken, hebben ze verschillende kenmerken en dynamieken. In dit artikel bespreken we de overeenkomsten en verschillen tussen het Stockholmsyndroom en codependency, en hoe ze zich manifesteren in relaties.
Wat is het Stockholmsyndroom?
Het Stockholmsyndroom is een psychologisch fenomeen waarbij slachtoffers van langdurige mishandeling, zoals ontvoering of emotionele manipulatie, emotioneel gehecht raken aan hun belager. Dit gebeurt vaak omdat het slachtoffer zich afhankelijk voelt van de dader voor bescherming of zelfs overleving. Ze kunnen loyaal worden aan hun dader, hopen op verandering in hun gedrag en zelfs een vorm van liefde of zorg voelen voor hen. Dit syndroom ontstaat vaak als reactie op langdurige trauma’s en stressvolle situaties waarin het slachtoffer zich geïsoleerd en angstig voelt.
Wat is codependency?
Codependency, ook wel afhankelijkheidssyndroom genoemd, verwijst naar een relatiepatroon waarin een persoon onnodig verantwoordelijk is voor de gevoelens, acties en welzijn van een ander, vaak ten koste van zichzelf. Codependency kan ontstaan uit een langdurige, ongezonde relatie met een narcist of iemand met andere emotionele of psychologische problemen. Personen met codependency neigen ernaar zichzelf weg te cijferen en hun eigen behoeften, gevoelens en zelfrespect op te offeren om de ander tevreden te stellen. Dit kan leiden tot een vicieuze cirkel van emotionele pijn en ondermijning van eigenwaarde.
Overeenkomsten
1. Emotionele afhankelijkheid: Zowel het Stockholmsyndroom als codependency houden een vorm van emotionele afhankelijkheid in. In beide gevallen voelen slachtoffers zich afhankelijk van de dader voor liefde, goedkeuring, of zelfs overleving. Bij het Stockholmsyndroom is deze afhankelijkheid vaak direct gericht op de dader, terwijl codependency vaak breder is, waarbij men afhankelijk is van de goedkeuring van anderen in het algemeen.
2. Angst voor verlies en afwijzing: Beide fenomenen zijn sterk verbonden met angst voor verlies en afwijzing. In het Stockholmsyndroom kan deze angst voortkomen uit de dreiging van verwaarlozing of misbruik door de dader, terwijl codependency voortkomt uit de angst om de relatie te verliezen die men nodig heeft voor emotionele stabiliteit. Deze angst kan het vermogen van het slachtoffer om objectieve beslissingen te nemen beïnvloeden.
3. Verwarring en rationalisatie van schadelijk gedrag: Beide toestanden kunnen verwarring veroorzaken bij slachtoffers. Bij het Stockholmsyndroom kan het slachtoffer het schadelijke gedrag van de dader rationaliseren door te geloven dat deze hen nog steeds kan beschermen of verzorgen. Bij codependency rationaliseert men vaak het schadelijke gedrag van de ander door te geloven dat deze persoon niet zonder hen kan en daarom de relatie in stand moet worden gehouden, zelfs als deze schadelijk is.
Verschillen
1. Bronnen van afhankelijkheid: Het Stockholmsyndroom richt zich specifiek op de dader, waarbij het slachtoffer een sterke afhankelijkheid ontwikkelt van de belager. Co-dependency, daarentegen, kan breder zijn en betrekking hebben op meerdere personen of zelfs andere levensdomeinen. Het kan ontstaan in vriendschappen, werksituaties of andere persoonlijke relaties.
2. Motivatie en loyaliteit: In het Stockholmsyndroom kan de loyaliteit van het slachtoffer voortkomen uit overlevingsdrang en hoop op verandering in de dader. In codependency is de loyaliteit vaak gericht op het proberen de ander tevreden te stellen of te ‘redden’ om eigen pijn te vermijden. Codependency kan ook voortkomen uit een diepgewortelde behoefte aan waardering of acceptatie.
3. Oorzaken en onderliggende dynamieken: Het Stockholmsyndroom ontstaat vaak uit een direct trauma met een dominante, gevaarlijke figuur. Co-dependency heeft meestal te maken met het verlangen naar goedkeuring en de angst om eenzaamheid te ervaren, wat kan voortkomen uit eerdere negatieve relaties of opvoedingservaringen. De dynamiek van codependency kan echter ook complexer zijn en breder inspelen op de algemene emotionele behoeften van het slachtoffer.
Conclusie
Het Stockholmsyndroom en codependency zijn twee verschillende maar gerelateerde fenomenen die vaak voorkomen in schadelijke relaties. Beide impliceren een vorm van afhankelijkheid en verwarring, maar verschillen in de bron van deze afhankelijkheid en de motieven achter de loyaliteit van het slachtoffer. Het begrijpen van de overeenkomsten en verschillen tussen deze fenomenen is belangrijk voor zowel slachtoffers als hulpverleners, omdat het inzicht biedt in de onderliggende dynamieken en kan helpen bij het herstelproces. Het erkennen en begrijpen van deze patronen is vaak de eerste stap naar het verbreken van ongezonde relatiepatronen en het bevorderen van een gezondere levensstijl.