Wat is het Stockholmsyndroom? Definitie en voorbeelden

Het Stockholmsyndroom is een psychologisch fenomeen waarbij slachtoffers van langdurige mishandeling of manipulatie zich emotioneel verbonden voelen met hun dader. Dit kan leiden tot een loyale houding tegenover de dader, zelfs als deze schadelijk gedrag vertoont. Het Stockholmsyndroom komt voor in verschillende situaties, waaronder ontvoering, mishandeling, en schadelijke relaties zoals die met narcisten. In dit artikel leggen we uit wat het Stockholm-syndroom precies is, hoe het ontstaat en geven we voorbeelden om het begrip verder te verduidelijken. Vind jij het moeilijk om een narcistische partner te verlaten? Heb je medelijden met hem/haar, ga je steeds opnieuw terug? Dan lijd je misschien aan het Stockholmsyndroom.

Onderaan dit artikel vertel ik meer over mijn eigen ervaring met het Stockholmsyndroom, hoe ik toch heb weten los te komen en ook welke verhalen in Verstrikt over dit onderwerp gaan.
ook interessant om te lezen is mijn pagina over hechten aan je narcist. Hierin lees je dat het eigenlijk heel normaal is als je van je misbruiker bent gaan houden.

Wat is het Stockholmsyndroom?

Het Stockholmsyndroom is een naam die wordt gebruikt om te beschrijven hoe slachtoffers van misbruik, ontvoering of langdurige manipulatie emotioneel gehecht raken aan hun aanvaller. Het verschijnsel werd voor het eerst beschreven in 1973 naar aanleiding van een bankoverval in Stockholm, Zweden, waar de gegijzelden zich begonnen te identificeren met hun ontvoerders. Ondanks dat de ontvoerders gewelddadig en gevaarlijk waren, ontwikkelden de gegijzelden gevoelens van sympathie, vriendschap en loyaliteit richting hun aanvallers.

Deze band kan zo sterk zijn dat slachtoffers zelfs bereid zijn hun eigen veiligheid en welzijn op te offeren om hun dader te beschermen of tevreden te stellen. Het Stockholm-syndroom kan ook voorkomen in andere situaties van langdurige manipulatie en emotionele uitbuiting, zoals in relaties met narcisten.

Hoe ontstaat het Stockholmsyndroom?

Het Stockholmsyndroom ontstaat vaak uit een combinatie van factoren die samen bijdragen aan het versterken van de band tussen slachtoffer en dader:

  1. Trauma en afhankelijkheid: Slachtoffers kunnen zich emotioneel afhankelijk voelen van hun dader, vooral wanneer er sprake is van trauma, angst en onzekerheid. De voortdurende dreiging van geweld, angst of verwaarlozing kan leiden tot een gevoel van kwetsbaarheid en hulpeloosheid. Om zichzelf te beschermen, kunnen slachtoffers zich identificeren met hun dader als een manier om hun eigen emoties en overlevingskansen te reguleren.
  2. Loyaliteit en overlevingsmechanisme: In plaats van zich af te keren van hun aanvaller, kunnen slachtoffers zich loyaler gaan voelen als een manier om de situatie te controleren en hun eigen overlevingskansen te verbeteren. Ze kunnen proberen de gunst van hun dader te winnen door zich te conformeren aan diens wensen, wat hen een gevoel van veiligheid en stabiliteit geeft, ook al is dat schijnbaar tijdelijk.
  3. Manipulatie en emotionele controle: Narcisten en andere daders van misbruik gebruiken vaak manipulatie en emotionele controle om slachtoffers afhankelijk van hen te maken. Dit kan gebeuren door positieve bekrachtiging (zoals lof of cadeaus) af te wisselen met negatieve bekrachtiging (zoals dreigementen of geweld). Dit creëert een onvoorspelbare omgeving waarin het slachtoffer de dader gaat zien als een bron van zowel pijn als troost, wat kan bijdragen aan het ontwikkelen van het Stockholm-syndroom.

Voorbeelden van het Stockholmsyndroom

Het Stockholm-syndroom kan in verschillende contexten voorkomen. Enkele voorbeelden kunnen helpen om het fenomeen beter te begrijpen:

  1. Ontvoering: Slachtoffers van ontvoeringen kunnen zich emotioneel binden aan hun ontvoerders uit angst voor wat hen te wachten staat als ze zich verzetten. Ze kunnen proberen de ontvoerder te plezieren door mee te werken en zich loyaler op te stellen, in de hoop een einde te maken aan de gewelddadige situatie of hun overlevingskansen te verbeteren.
  2. Mishandeling: In langdurige situaties van mishandeling, zoals in huiselijk geweld, kunnen slachtoffers zich eveneens emotioneel binden aan hun mishandelaar. Ze kunnen proberen diens goedkeuring te winnen door positief gedrag en gehoorzaamheid, zelfs als dat ten koste gaat van hun eigen welzijn. Dit kan gezien worden als een manier om de situatie te beheersen en hun veiligheid te waarborgen.
  3. Narcistische relaties: In relaties met narcisten, waar emotionele manipulatie en gaslighting vaak voorkomen, kan het Stockholmsyndroom ook ontstaan. Slachtoffers van narcistisch misbruik kunnen loyaliteit tonen aan hun partner, omdat ze zich afhankelijk voelen van hun goedkeuring en angstig zijn voor de mogelijke gevolgen van afwijzing. Ze kunnen proberen te voldoen aan de grillen van de narcist om een zekere stabiliteit te behouden, wat kan bijdragen aan het versterken van de band en de vicieuze cirkel van misbruik.

Herkennen van het Stockholmsyndroom

Het herkennen van het Stockholm-syndroom kan lastig zijn, vooral voor de persoon die ermee te maken heeft. Enkele signalen kunnen zijn:

  • Een sterke identificatie met de dader, zelfs wanneer deze gewelddadig of destructief gedrag vertoont.
  • Loyaliteit en bereidheid om de dader te beschermen, zelfs ten koste van eigen welzijn.
  • Angst voor afwijzing of represailles als het slachtoffer zich tegen de dader verzet.
  • Een gevoel van afhankelijkheid van de dader voor veiligheid of stabiliteit.

Als je deze signalen herkent, is het belangrijk om steun te zoeken bij mensen die je vertrouwt, zoals vrienden, familie of een professionele hulpverlener. Het is mogelijk om te herstellen van het Stockholmsyndroom en stappen te ondernemen naar een gezondere, veiligere levensomgeving.

Mijn persoonlijke ervaringen

Joost was in mijn ogen een giga narcist. Alles draaide om hem, hij had altijd meer rechten (in feite had ik geen enkel recht), hij mocht, kon, wist meer. Hij was bijzonder, ik niet. Maar ik was verliefd geworden op hem, ooit, toen hij nog normaal deed. En ik ging van hem houden, zoals je van je partner gaat houden, als je normaal bent. We kregen een kind, dat versterkte onze band, althans vanuit mij. We kenden elkaar steeds langer, ik wist steeds meer van hem, zijn gewoonten. Net zoals je ook van je hond of kat, buren waar je al jaren naast woont of andere mensen die vaak bij je zijn gaat houden. Ook als ze regelmatig stom doen, want ja, dat hoort er toch bij? Iedereen doet dingen die je vervelend vindt, soms. Alleen je narcist wel erg vaak en steeds vaker ook nog. En steeds ergeren dingen. Je verlegt je grenzen, steeds meer. Je hoopt dat het een keer stopt, dat het een keer normaal wordt. Dat wordt het niet. Dus je gaat. Maar wel met twijfels. Lag het toch niet aan jou? Ben je te moeilijk, zoals hij zegt? Luister je niet, kijk je niet goed? Ben je ontevreden, ben je ondankbaar, ben je echt zo slecht? En hij dan? Eet hij wel? Hij huilt steeds, smeekt of je terugkomt, alles wordt dan beter. Hij heeft geleerd. En dan smelt je hart, want jij bent normaal en luistert, kijkt en voelt.

Alle verhalen na de scheiding van Joost gaan in meer of mindere mate over het Stockholmsyndroom. Lees vooral Troep ruimen, Twijfel, Nachtelijk buiten en Angst in het kwadraat.