Zelfreflectie

Hoewel narcisten graag in de spiegel kijken, is zichzelf een spiegel voorhouden niet hun favoriete bezigheid. Zelfreflectie en narcisme gaan absoluut niet samen.

Zelfreflectie kan je ook zien als een evaluatie. En wel van je eigen gedrag. Gezonde mensen doen dat met enige regelmaat, zeker wanneer ze tegen problemen aanlopen of meerdere keren tegen hetzelfde probleem. Heb je bijvoorbeeld nogal eens ruzie op je werk, dan kan je je afvragen welke rol je daarin zelf speelt. Of heb je gewoon steeds pech met je collega’s?

Zelfreflectie is even stilstaan bij jezelf. Niet alleen stilstaan bij problemen maar ook bij je eigen gevoel. Ben je happy? Mis je iets? Ben je tevreden met de contacten die je hebt? Voel je je ergens schuldig over? Is er nog iets dat je eigenlijk zou moeten doen, zoals op bezoek gaan bij die zieke tante? Loop je steeds voor hetzelfde weg? Ben je wel erg gemakkelijk met ja zeggen en zou je vaker voor jezelf moeten kiezen in plaats van voor de ander?

Het is dus een heel breed iets, die zelfreflectie en het is iets dat we allemaal regelmatig doen. Behalve narcisten. Of ze doen het wel maar kunnen er niks mee.

De zelfreflectie van Joost

Joost deed niet aan zelfreflectie. Het was hem volkomen vreemd om van een afstand naar zichzelf te kijken. En daarbij ook nog eens open te staan voor de gedachte dat hij wellicht iets verkeerd had gedaan. Onnodig in zijn optiek, want hij deed niets fout.

Wel hadden we soms gesprekken over dingen die fout waren gelopen of steeds fout liepen. Hierna een paar verkorte weergaven van die gesprekken.

‘Koos wil geen contact meer met me,’ zegt Joost.
‘Enig idee hoe dat komt?’ vraag ik.
‘Nee, totaal niet. Ik was vorige week bij hem, had m’n boek daar gedropt. Hij had het nog niet eens bekeken. Ze vroegen me ook niet mee te eten.’
‘Kwam je onaangekondigd?’
‘Nee, ik had een briefje bij het boek gedaan, toen ik het in de bus deed, dat ik drie dagen later zou langskomen om het op te halen.’
‘Maar dan heb je hen toch wel een beetje overvallen. Het was niet echt afgesproken.’
‘Wel Car, doe niet zo moeilijk. Ik ben toch duidelijk geweest!’
‘Nou ja, en toen?’
‘Ik heb hem gemaild dat ik het niet leuk vond. Dat ze me wel iets te eten hadden kunnen aanbieden. En ook dat hij geen hobby’s heeft en best tijd had mijn boek te bekijken. Het is gewoon onwil.’
‘Heb je dat geschreven? Dat is niet aardig.’
‘Ja, dat moet toch kunnen tussen vrienden. Ik houd van eerlijkheid, dat weet je.’
‘Jouw eerlijkheid is vaak niets anders dan botheid Joost.’
‘Dat vind jij. Jij reageert altijd zo overgevoelig.’
‘En nu?’
‘Koos stuurt mijn boek terug, hij wil het dus niet kopen. Rare man, ik heb me in hem vergist. Hij zit ook onder de plak bij die vrouw van hem denk ik. Totaal geen bijzondere vrouw.’

‘Ik zou best goed contact willen hebben met mijn kinderen Carla. Net als jij. Hoe doe je dat toch?’
‘Ik zou je daar wel bij kunnen helpen Joost.’
‘Graag! Maar hoe dan?’
‘Ik kan je vertellen welke stappen je moet zetten, en welke niet. Als je die volgt, dan heb je bijna zeker over een tijd, zeg een jaar, een goede relatie met je kinderen.’
‘Zo lang?’
‘Ja, je moet er wat tijd in investeren maar dan komt het zeker weten goed.’
‘Geweldig! Wat moet ik doen dan?’
‘Om te beginnen een aardig mailtje sturen. Daarin vraag je hoe het met hen gaat. Niet veel meer dan dat en je vertelt niks over jezelf.’
‘Oké. En daarna?’
‘Als je antwoord krijgt, mail je terug, een paar dagen later. Je gaat in op wat ze schrijven, vertelt weer niks over jezelf, behalve als ze er naar vragen. Dan antwoord je kort dat het goed gaat, niet veel meer dan dat.’
‘Maar wat heb ik daaraan?’
‘Het hoort bij de opbouw van de relatie. Aandacht geven en niet vragen. Kinderen willen aandacht van hun ouders. Misschien krijg je later aandacht terug maar daar gaat het niet om.’
‘Ik begrijp het al Car. Ik moet alleen maar geven en geven en zo wordt het een totaal ongelijkwaardig iets. Daar pas ik voor.’
‘In een later stadium kan je misschien iets terug krijgen. Maar de relatie is al jaren slecht en je moet er nu eerst in investeren. En niet alleen om aandacht terug te krijgen maar uit oprechte belangstelling.’
‘Als het zó moet dan hoeft het voor mij niet.’

Rode vlag: Ken je iemand die niets lijkt te leren van zijn of haar fouten? Dan kan je met een narcist te maken hebben.